[Blog] Klimaatfinanciering in het tijdperk Trump: een rol voor Nederland en de natuur

8 juni 2017

President Donald Trump trekt de Verenigde Staten terug uit het klimaatakkoord van Parijs. Kort gezegd betekent dit dat de VS zich niet meer zal houden aan het twee graden-doel. Minder bekend, maar misschien wel meer zwaarwegend, is dat de VS geen cent meer gaat geven aan het Green Climate Fund. Wat is dat fonds, en wat betekent Trumps hand op de knip voor klimaatveiligheid in ontwikkelingslanden? En hoe kunnen het Nederlands bedrijfsleven en de overheid in dit gat springen met groene klimaatprojecten?

Dit artikel verscheen eerder op oneworld.nl.

Green Climate Fund: rijke landen helpen arme landen klimaatbestendig worden

In Parijs werd afgesproken dat rijke ontwikkelde landen de arme landen financieel steunen om de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. De gedachte hierachter: rijke landen zijn de grootste veroorzakers van klimaatverandering, terwijl arme landen hier doorgaans het eerst door getroffen worden. Ontwikkelde landen gaan daarom vanaf 2020 vrijwillig 100 miljard dollar aan financiering per jaar mobiliseren. Dit geld wordt gebruikt om klimaatprojecten in ontwikkelingslanden te financieren, bijvoorbeeld via het Green Climate Fund van de Verenigde Naties. Deze projecten helpen ontwikkelingslanden om zich beter te weren tegen klimaatverandering, bijvoorbeeld door adaptatiemaatregelen zoals het investeren in kustbuffers. 

De terugtrekking uit het akkoord van Parijs betekent dat de VS als enige ontwikkelde land deze belofte, van 100 miljard dollar per jaar vanaf 2020, vaarwel zegt. In aanloop naar deze belofte zegden ontwikkelde landen in 2013 bovendien toe om al vóór 2020 10,3 miljard dollar over te maken aan het Green Climate Fund. Vlak voor het einde van zijn termijn had Obama beloofd hiervan 3 miljard voor zijn rekening te nemen. Dit is in vergelijking met alle andere donerende landen het grootste bedrag, maar daar is ook een reden voor: de VS is per hoofd van de bevolking de grootste broeikasgasvervuiler ter wereld. Obama voegde de daad bij het woord en maakte direct 1 miljard over. Die is dus vast binnen, maar met de terugtrekking van Trump zal de overige beloofde 2 miljard waarschijnlijk niet bij het Green Climate Fund komen.

Gat opvullen

Het opdrogen van klimaatfinanciering uit de VS geeft een extra druk op de rest van de westerse wereld om klimaatweerbaarheid in ontwikkelingslanden veilig te stellen. Immers, andere hoge-inkomenslanden zullen het klimaatfinancieringstekort van 2 miljard dollar voor 2020 moeten gaan opvullen. Ook het gat dat de VS jaarlijks achterlaat na 2020 zullen de rijke landen voor hun rekening moeten nemen. Het is de vraag of ontwikkelde landen deze extra last kunnen dragen.

Maar hoewel de rijke landen het zullen voelen in de portemonnee, zit de echte pijn bij de ontwikkelingslanden. Het klimaatfinancieringstekort dat Trumps actie creëert zorgt ervoor dat lage-inkomenslanden minder geld te besteden hebben om zich te weren tegen de gevolgen van klimaatverandering. Traditioneel is men geneigd om de impacts van extremere weersomstandigheden, stormen, overstromingen en zeespiegelstijging te mitigeren door dure, grijze infrastructuur, zoals dammen, pijpleidingen, pompen en kunstmatige reservoirs, dat vaak ten koste gaat van intacte ecosystemen. Door het gebrek aan financiële middelen zal er moeten worden gekeken naar meer kosteneffectieve oplossingen.

Ecosystemen: een krachtige bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering

De terugtrekking van de VS uit het klimaatakkoord biedt een kans voor ecosystemen om zich te herpakken als groene infrastructuur. Het behoud, beheer en restauratie van ecosystemen kan als natuurlijke vorm van infrastructuur strategisch worden ingezet om de maatschappij weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Als groene infrastructuur, zoals bosgebieden, wetlands, moerassen, mangroves beter worden beschermd, kunnen ze door hun water- en temperatuurbufferende en klimaatregulerende werking klimaatuitdagingen te lijf gaan tegen een fractie van de kosten van grijze infrastructuur. Dit noemen we ecosystem-based adaptation. Ter illustratie: als de kustbescherming op de Malediven enkel zou bestaan uit betonnen dijken en golfbrekers dan zou dat tussen 1,6 en 2,7 miljard dollar kosten. Tot nu ligt deze taak bij het koraalrif dat het gratis doet.

Daarbij reiken de maatschappelijke baten van groene infrastructuur verder dan alleen kostenbesparing. Sectoren als landbouw, bosbouw, drinkwater en toerisme zijn productiever en duurzamer als ze werken in partnerschap met natuur dan met grijze infrastructuur. Daarbij kan de lokale bevolking genieten van een verbeterde status van biodiversiteit, luchtkwaliteit en andere waardevolle ecosysteemdiensten. Bijvoorbeeld, mangroveherstel zorgt niet alleen voor kustbescherming tijdens cyclonen maar creëert ook kraamkamers voor vis, en verhoogt daarmee de visopbrengst van lokale vissers. Groene infrastructuur biedt daarom een uitgelezen kans om natuur te beschermen, een groene economie aan te zwengelen en de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) te verwezenlijken.

Publiek beleid als vliegwiel voor private investeringen 

Maar hoewel groene infrastructuur goedkoper kan zijn, blijven flinke sommen geld nodig. De druk op de Nederlandse overheid om de beloofde hoeveelheid klimaatfinanciering te kunnen mobiliseren is nu al groot. De Rijksoverheid heeft zich als doel gesteld om per 2020 1,2 miljard dollar per jaar aan klimaatgeld over te hevelen naar ontwikkelingslanden. Maar daar staan ze niet alleen voor. Als Nederland dit doel wil waarmaken, dan moet publiek geld worden ingezet om een hefboom te creëren voor private investeringen: oftewel, overheden moeten over de brug, maar ook bedrijven. 

Daarbij geven publiek-private investeringen in groene infrastructuur de beste bang for the buck. Niet alleen kan het goedkoper zijn dan traditionele grijze infrastructuur, het biedt ook een kans om bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Klimaatverandering kan immers een risico vormen voor bedrijven, bijvoorbeeld als een fabriek door een plotselinge overstroming zijn operationele processen moet stilleggen, of als landbouwoogsten mislukken door droogtes. Groene infrastructuur kan deze bedrijfsrisico’s mitigeren, en tegelijk een positieve bijdrage leveren aan maatschappij en milieu.

Klimaatfinanciering, natuur, economie en duurzame ontwikkeling gaan hand in hand met groene infrastructuur. De Nederlandse water-, agro- en foodsectoren zijn wereldwijd actief en kunnen goed bijdragen aan groene adaptatieprojecten, maar dan moet overheidsbeleid wel zorgen voor de juiste randvoorwaarden zodat deze sectoren daarin gaan investeren. De terugtrekking van Trump uit het akkoord van Parijs biedt het Nederlandse bedrijfsleven in samenwerking met de overheid de unieke kans om voorop te lopen in groene adaptatieprojecten. Laten we die kans pakken om de klimaatuitdagingen aan te pakken.

Meer weten?

DeelPagina delen met AddThis

Reactie toevoegen

Meer artikelen van: Maxime Eiselin