[Blog] Een breder kleurenpalet voor IUCN’s Rode Lijst

20 februari 2017

Hoe kunnen we de kwaliteit van de Rode Lijst verhogen en het gebruik ervan verbeteren? Henk Simons, Rode Lijst-specialist bij IUCN NL, bediscussieerde deze vragen afgelopen week tijdens een expertbijeenkomst in het Natuurplaza in Nijmegen. Een levendige uitwisseling tussen de nieuwe voorzitter van de IUCN Species Survival Commission en Nederlandse IUCN-lidorganisaties leidde tot inspirerende inzichten en mooie kansen tot kruisbestuiving.

Jon Paul Rodriguez, de nieuwe voorzitter van IUCN Species Survival Commission (SSC), heeft niet de stoffige uitstraling die doorgaans aan een soortenspecialist of taxonoom wordt toegedicht. Met z’n lange haar en oorringetje heeft hij meer weg van een artistieke kunstenaar. Creatief is hij wel, zo blijkt uit de ambitieuze plannen die hij heeft voor de SSC en diens belangrijkste kennisproduct, de Rode Lijst. Want een geweldige, veelomvattende bron van informatie is het, en de woorden ‘rood’ en lijst’ doen daar onvoldoende recht aan, vindt Rodriguez.

Eerst even een stapje terug: wat doet Rode Lijst eigenlijk? Primair geeft de Rode Lijst inzicht in de uitstervingsrisico’s van een plant of diersoort, gebaseerd op wetenschappelijke criteria. Bij het bepalen van natuurbeschermingsprioriteiten is dat uitstervingsrisico – de zogenoemde Rode Lijst-status - een belangrijke factor. Het laat immers zien waar we actie moeten ondernemen om soorten te beschermen. Wat is nodig om die rol nog beter te kunnen vervullen?

Kennislacune in de tropen

Een belangrijke – en grote – stap is om het aantal soorten op de lijst uit te breiden van de huidige 80.000 naar 160.000 in 2020. Andere speerpunten zijn uitbreiding van de regionale diversiteit en betrokkenheid bij het SSC werk en het versterken van lokale capaciteit in dataverzameling en -evaluatie, met name in zuidelijke landen. Want hoewel de soortenrijkdom in de tropen het hoogst ter wereld is, loopt onze huidige kennis in deze regio’s juist achter. Om die kennislacune te vullen kunnen IUCN-lidorganisaties een belangrijke rol spelen. Zij hebben immers vaak kennis in huis over de soortendiversiteit in hun eigen regio.

Betere dataverzameling door lokale experts en vrijwilligers

Dat zien we ook bij de Nederlandse IUCN-lidorganisaties. Als klein land met een relatief lange historie van natuurbescherming en natuurliefhebbers, loopt Nederland voorop in dataverzameling en monitoring. Dit geldt zeker voor vogels: zoals Ruud Foppen van SOVON opmerkte, ’we know everything’. De informatie over soorten wordt – bijvoorbeeld tijdens de landelijke tuinvogeltelling – verzameld door vrijwilligers in samenwerking met SOVON en Nederlandse Vogelbescherming. “Daar doen ze enthousiast aan mee”, vertelt Foppen. “Mensen worden geïnspireerd door soorten, zeker ook door de gewone mus, merel, zwaluw en spreeuw die ze vaak zien.”

De vrijwilligers lopen nog niet voor alle soorten warm. De dataverzameling voor de recente evaluatie van sprinkhanen en krekels in Europa werd bijvoorbeeld nog ‘ouderwets’ door wetenschappers gedaan. Maar dat het mogelijkheden biedt is duidelijk. Dit soort ‘citizen science data’ wordt ook gebruikt voor vlinders en vleermuizen.

Kruisbestuiving

Ziedaar, een mooie kans tot kruisbestuiving. IUCN NL heeft immers een groot partnernetwerk in zuidelijke landen. Door hen in contact te brengen met SSC én met Nederlandse lidorganisaties kunnen we bijdragen aan meer en betere dataverzameling aldaar.

Tijd voor een nieuwe ontmoeting.

DeelPagina delen met AddThis

Reactie toevoegen

Meer artikelen van: Henk Simons