[Blog] Nationale parken van wereldklasse vraagt om mondiale kaders

18 maart 2016

Gisteren vond, in aanwezigheid van staatssecretaris Van Dam, het eerste festival “Naar Nationale Parken van Wereldklasse” plaats. Natuurbeheerders, ondernemers, bestuurders en het publiek bogen zich daar gezamenlijk over vragen als: hoe vergroten wij de belevingswaarde van Nationale Parken voor bezoekers uit binnen- en buitenland? Hoe maken we deze gebieden tot nationale iconen waar we trots op kunnen zijn? En hoe kunnen wij daar een solide financiële basis onder leggen? Een blog van Rob Glastra.

Ons land kent inmiddels 20 Nationale Parken, variërend van grote tot kleine parken. Tezamen herbergen deze parken de kroonjuwelen van de Nederlandse natuur. In ons kleine, dichtbevolkte land is dat een groot aantal. Eind 2014 heeft de Tweede Kamer de regering verzocht om samen met betrokken partijen ervoor te zorgen dat een sterk merk voor Nationale Parken “nieuwe stijl” wordt ontwikkeld. Dit verzoek van de Kamer heeft geleid tot het 3-jarig Programma Nationale Parken van Wereldklasse. Dit programma staat onder eindverantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken, met vanaf het begin een actieve deelname van partijen in en om de Nationale Parken (provincies, terreinbeheerders, ondernemers, en andere stakeholders). Ook IUCN NL is er, in een adviserende rol met betrekking tot de internationale dimensie, bij betrokken.

Hoe zien de toekomstige Nationale Parken van Wereldklasse (NPW) er in de conceptvisie van het programma uit? Als gebieden met natuurkernen binnen grotere landschappelijke eenheden, waarin bewoners, lokale overheden en ondernemers zich verbonden voelen met de identiteit van het Park. Ze hebben een duurzaam karakter: natuurkwaliteit blijft behouden of wordt versterkt, de financieringsbasis is solide, en er wordt blijvend geïnvesteerd in de belevingswaarde en aantrekkelijkheid voor bezoekers uit binnen- en buitenland.

Natuurkwaliteit behouden

IUCN NL juicht het toe dat onze Nationale Parken een nieuwe impuls krijgen, na een onrustige periode met grote bezuinigingen en een verregaande decentralisatie van het rijk naar provincies. De merkontwikkeling en de groei van bezoekersaantallen mogen echter niet ten koste gaan van de natuur- en landschapskwaliteit, dat blijft de primaire bestaansreden van Nationale Parken.

Ervaringen wereldwijd – ook in de bestaande grote parken in Nederland - laten zien dat beleving en bescherming goed samen kunnen gaan, mits de draagkracht van elk gebied gerespecteerd wordt. Herstel van natuurlijke processen, goede afspraken over beheer, samenwerking, taakverdeling en verdeling van mogelijke inkomsten, en het beheersen of stoppen van schadelijke activiteiten rond natuurgebieden zouden binnen het nieuwe model ook de volle aandacht moeten krijgen. Kortom: de plannen moeten iets toevoegen aan de huidige situatie en niets afdoen aan natuurbeheerinitiatieven die nu al heel goed lopen.

Mondiale kaders

Verder meent IUCN NL dat het ambitieuze predicaat "wereldklasse" vraagt om een of meer criteria gebaseerd op mondiale kaders en standaarden. Zowel IUCN als de CBD (Conventie inzake Biologische Diversiteit) bieden hiervoor goede kansen. Binnen het programma wordt regelmatig gerefereerd aan de IUCN-definitie van Nationale Parken, aangepast aan de Nederlandse realiteit, en dat is een goed begin. Samenvoeging van parken verkleint hun aantal en vergoot hun omvang, wat ze internationaal geloofwaardiger maakt, mits het oppervlak nog grotendeels uit natuur bestaat.

Wij missen echter een verwijzing naar relevante mondiale verdragen als de CBD. Ook Nederland heeft deze Conventie ondertekend en het Rijk is er verantwoordelijk voor dat ons land zich aan de verdragsverplichtingen houdt. Het zou daarom de geloofwaardigheid van het predicaat "wereldklasse" ten goede komen, als de Nationale Parken ook als hoekstenen van de Nederlandse bijdrage aan de CBD-doelen voor 2020 benoemd worden, inclusief de bijbehorende kwalitatieve criteria. Adequate financiering van de basisbehoeften van Nationale Parken hoort daarbij, als randvoorwaarde voor hun effectief beheer. Een stevig wettelijk kader, met heldere definities van nationale parken én andere typen beschermde gebieden binnen een overkoepelende stelselvisie, hoort daar ook bij.

Nederland loopt in dit laatste internationaal niet voorop, maar zou met behulp van IUCN- en CBD-standaarden de achterstand snel goed kunnen maken. Ook onze Nationale Parken van Wereldklasse zijn gebaat bij een goede wettelijke inbedding.

DeelPagina delen met AddThis

Reactie toevoegen

Meer artikelen van: Rob Glastra