Beleidsnota over herstel van wetlands voor een veerkrachtig…
17 maart, 2026
Vrijdag 20 maart 2026
Ondergetekende organisaties roepen de Nederlandse regering op beleid en wetgeving aan te vullen met investeringen in inclusieve en lokaal geleide economieën in tropische bossen. Onze boodschap: gezamenlijke inzet tussen overheid, maatschappelijk middenveld en private partijen versterkt lokaal leiderschap ten behoeve van biodiversiteit, voedselzekerheid en klimaatadaptatie.
Header foto: een buurt aan de buitenrand van Puerto Maldonado, Madre de Dios, Peru. Credits aan Tom Laffay
21 maart markeert de Internationale Dag van de Bossen. Het is een belangrijk moment om tropische bossen te erkennen voor wat ze werkelijk zijn: rijk aan biodiversiteit, maar ook onmisbaar voor bestaanszekerheid, lokale economieën, water- en klimaatregulatie en de levering van goederen en diensten waar miljarden mensen van afhankelijk zijn .
Bossen zijn daarom meer dan een natuur- of biodiversiteitsvraagstuk. Ze zijn ook een economisch, sociaal en veiligheidsvraagstuk . In tropische bossenregio’s zijn Inheemse, lokale en kleinschalige producenten afhankelijk van bossen voor voedsel, energie, inkomen en werkgelegenheid. Goed beheerde bossen kunnen lokale economieën ondersteunen en versterken, met duurzame productie en actieve betrokkenheid van de Inheemse en lokale bevolking, waaronder vrouwen en jeugd.
Dit sluit aan bij de recente communicatie van de Nederlandse regering aan de Tweede Kamer over internationaal klimaatbeleid (10 maart 2026). Daarin wordt benadrukt dat effectieve klimaatactie internationale samenwerking vereist, evenals sterke partnerschappen met landen en maatschappelijke actoren in Afrika, Latijns Amerika en Azië. De regering merkt op dat succesvol klimaatbeleid afhankelijk is van ‘coalities en partnerschappen buiten het formele onderhandelingsproces’ en van samenwerking met overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Nederland is nauw verbonden met de rest van de wereld. Als één van de grote Europese importeurs van tropische bosproducten heeft Nederland een directe verantwoordelijkheid voor toeleveringsketens die zowel ontbossingsvrij als sociaal inclusief zijn. Europese regelgeving, zoals de EU-ontbossingsverordening (EU Deforestation Regulation), is een belangrijke stap in die richting. Zoals in de verordening is afgesproken, is het belangrijk dat lokale gemeenschappen en kleine producenten tijdige, praktische ondersteuning krijgen. Uitvoering moet dus gepaard gaan met afdoende, flankerende maatregelen. Zo niet, dan ontstaat er een reëel risico dat juist producenten die niét bijdragen aan ontbossing hun Europese afzetmarkt verliezen, simpelweg omdat zij niet aan de complexe, administratieve eisen kunnen voldoen.
Uitvoering en ondersteuning moeten hiernaast tegemoetkomen aan de wensen en mogelijkheden van vrouwen. Vrouwen spelen een onmisbare rol in de productieketens van bosproducten, maar hun werk blijft vaak onzichtbaar en hun toegang tot markten beperkt. Met 2026 als Internationaal Jaar van de Vrouwelijke Boer is dit hét moment om hun positie te versterken, in lijn met het Nederlandse, feministische buitenlandbeleid.
Regelgeving alleen is niet voldoende. Deze moet worden aangevuld met investeringen in lokaal geleid, inclusief en genderresponsief bosbeheer en investeringen in bosgebaseerde economieën. Dit sluit aan bij de nadruk van de Nederlandse regering op het verbinden van klimaatbeleid met voedselzekerheid, waterbeheer en economische weerbaarheid. In de beleidsbrief van 10 maart wordt benadrukt dat klimaatactie ook moet bijdragen aan ‘economische en sociale weerbaarheid, stabiliteit en veiligheid’ in partnerlanden.
Onze ervaring met werken in tropische boslandschappen leert ons dat duurzame oplossingen ontstaan, wanneer lokale actoren worden gezien als leiders in in besluitvorming, beheer en economische ontwikkeling. Niet als uitvoerders aan het einde van de keten. Lokaal leiderschap is geen toevoeging achteraf, het is een essentiële voorwaarde voor blijvende resultaten.
De klimaatstrategie van de regering onderstreept bovendien de noodzaak om zowel publieke als private financiering te mobiliseren en te werken via langetermijnpartnerschappen. Publieke klimaatfinanciering alléén kan niet voorzien in de wereldwijde financieringsbehoefte. Innovatieve benaderingen zijn nodig om private investeringen aan te trekken. Het ondersteunen van lokaal geleide boseconomieën draagt hieraan bij, doordat zij investeerbare, duurzame waardeketens en partnerschappen met lokale actoren versterken.
Door bestuur, productiesystemen en lokaal ondernemerschap te versterken – bijvoorbeeld rond de vermarkting van niet-houtige bosproducten (NTFP’s) – worden duurzame boslandschappen investeerbaar en veerkrachtig. Dit kan alleen onder voorwaarden van erkenning van lokale en Inheemse land- en gebruiksrechten, de rechten van vrouwen en minderheden, ecologische randvoorwaarden en toepassing van het internationaal erkende principe van Free, Prior and Informed Consent.
Wij roepen daarom de Nederlandse regering op om binnen de internationale samenwerking en de bijbehorende beleidsinstrumenten sterker en explicieter te investeren in lokaal geleid bosbeheer en bosgebaseerde economieën. Een manier om dit te realiseren, is via directe financiering die toegankelijk is voor lokale spelers die doorgaans zijn buitengesloten, zoals (jonge) vrouwen, Inheemse groepen en kleinschalige boeren. Financiering die niet de schuldenlast van het ontvangende land vergroot. Dit draagt direct bij aan de prioriteiten van de regering zelf: het versterken van internationale partnerschappen, het vergroten van klimaatweerbaarheid en het mobiliseren van slimme financiering voor duurzame ontwikkeling.
Langdurige partnerschappen tussen lokale gemeenschappen, producentenorganisaties, overheden, bedrijven, financiële instellingen, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties zijn daarbij essentieel. Het doel moet zijn om lokaal leiderschap te bevorderen met praktische ondersteuning, geduldig kapitaal en marktarrangementen die werken voor deze lokaal geleide boseconomieën. Dit vereist het garanderen van betekenisvolle consultatie en participatie van deze groepen en de organisaties die hen vertegenwoordigen. Het betekent ook het erkennen, versterken en voortbouwen op de traditionele kennis die in grote mate de basis vormt voor succesvol duurzaam bosbeheer.
Door dit te doen kan Nederland bijdragen aan tropische boslandschappen die productiever, veerkrachtiger en beter bestuurd zijn. Landschappen die tegelijkertijd een duurzaam economisch perspectief en een leefbaar inkomen bieden aan mensen die in en rond deze bossen leven. Daarmee worden lokale gemeenschappen ondersteund, waarbij ook bredere Nederlandse en Europese belangen worden gediend: stabiele toeleveringsketens, klimaatweerbaarheid, behoud van biodiversiteit en de leveringszekerheid van duurzame grondstoffen.
Dit statement is een initiatief van IUCN NL en Tropenbos International en wordt mede ondertekend door:
Both ENDS
Brokering Solidarity
Centrum Hout
Conexión Latin America
Fairtrade Nederland
FSC Nederland
Heifer Nederland
Hogeschool van Hall Larenstein
Instituut Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie Universiteit Leiden
Non-Timber Forest Products – Exchange Programme (NTFP-EP) Asia
ProTerra
SocioBio Hub
Stichting Probos
SNV Netherlands Development Organisation
Trees for All
Vereniging Tropische Bossen (VTB)
Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen (VVNH)
Women Engage for a Just Future (WECF)