Deel

Pagina delen met AddThis

Risico van biodiversiteitsverlies voor financiële sector groter dan gedacht - tijd voor verandering

19 juni 2020

De financiële sector loopt grote risico’s als gevolg van biodiversiteitsverlies. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Dit nieuwe onderzoek laat zien dat de impact van biodiversiteitsverlies voor Nederlandse financiële instellingen groter is dan aanvankelijk werd gedacht’ zegt Romie Goedicke, senior expert bij IUCN NL. ‘Maar het mag niet beperkt blijven tot een risicoanalyse. Er moet daadwerkelijk een transitie naar natuurinclusieve financieringsmodellen gemaakt worden.’

Het onderzoek getiteld ‘Biodiversiteit en de financiële sector: een kruisbestuiving?’ bouwt voort op een rapport over duurzaamheidsrisico’s dat vorig jaar verscheen. Van de investeringen van Nederlandse financiële instellingen heeft volgens de onderzoekers ruim een derde een hoge of zeer hoge afhankelijkheid van één of meerdere ecosysteemdiensten.

Vorig jaar richtte de DNB zich nog op duurzaamheid in brede zin, maar in dit onderzoek draait het volledig om biodiversiteit. ‘Het onderwerp staat steeds hoger op de agenda, mede omdat de zogenaamde zero draft voor de nieuwe doelstellingen onder het VN-biodiversiteitsverdrag – die zich onder andere uitspreekt voor de uitbreiding van beschermde gebieden - directe gevolgen heeft voor de financiële instellingen’ zegt Goedicke.

Biodiversiteitsimpact

Financiële instellingen lopen reputatie- en transitierisico’s als zij bedrijven financieren die een grote negatieve impact hebben op biodiversiteit. Zo hebben Nederlandse financiële instellingen wereldwijd voor EUR 97 miljard aan financiering uitstaan bij bedrijven waar sprake is van milieucontroverses.  DNB en PBL hebben geschat hoeveel druk de Nederlandse financiële sector uitoefent op biodiversiteit wereldwijd. Deze berekening geeft een indicatie van verlies van biodiversiteit: de biodiversiteitsafdruk is vergelijkbaar met het verlies van ruim 58.000 km² aan ongerepte natuur. Die impact zorgt voor een transitierisico: nieuw overheidsbeleid of veranderende consumentenvoorkeuren zet bedrijven met een disproportionele voetafdruk aan om hun bedrijfsprocessen en hun keten te verduurzamen.

Een eerste stap in nieuw overheidsbeleid is deze week gezet door de Europese Unie: het Europese Parlement heeft wetgeving goedgekeurd om een duurzaamheidsclassificering van investeringen in te voeren. ‘Als onderdeel daarvan wordt in de komende jaren wettelijk vastgelegd welke investeringen een positieve en negatieve impact op biodiversiteit hebben. Schadelijke activiteiten mogen niet meer ‘groen’ genoemd worden’, zegt Goedicke.

Bovendien bestaan er ook reputatierisico’s voor financiële instellingen die activiteiten financieren die schade toebrengen aan het milieu. Dat kan bijvoorbeeld wanneer ze bedrijven financieren die bijdragen aan ontbossing en uitsterving van diersoorten.

Maar wat betekent dit voor de natuur? Als Nederlandse financiële instellingen zich alleen richten op het beperken van schade door zich bijvoorbeeld uit bepaalde investeringen terug te trekken, dan kan de natuur wel eens het kind van de rekening worden. ‘Het is belangrijk dat financials een visie ontwikkelen voor het creëren van een positieve impact – wat zijn de projecten waar zij wel in investeren die een positieve financiële - en biodiversiteitsimpact hebben?’, zegt Goedicke. ‘Door alleen het schuiven in de portefeuilles verandert er helaas nog weinig in de echte wereld.’

Meer natuur biedt meer kansen

‘Er zijn vele tinten groen, maar ook vele tinten natuur-inclusieve investeringen. Investeren in de natuur biedt kansen,’ zegt Goedicke. Dat kan door het ontwikkelen van betere en investeerbare alternatieven voor activiteiten die druk uitoefenen op de natuur. ’In Indonesië ondersteunden we bijvoorbeeld het opzetten van een duurzame zeewierboerderij. Die beperkt de druk op de landbouwgrond en levert lokale boeren meer op. En in de Filipijnen werken we aan het mobiliseren van private financiering voor natuurherstel.’

Bovendien werkt IUCN NL samen met investeerders om hun impact op de natuur in kaart te brengen. Zo werken we in Tanzania met lokale banken om samen ESG-criteria voor de hele sector te ontwikkelen en toe te passen. ‘En in Nederland brachten we met VBDO een groep institutionele beleggers bijeen in een collectief engagement rond waterimpact voor mijnbouwbedrijven,’ aldus Goedicke. Onze inzichten delen we lokaal en internationaal.

Impact verminderen

Als een toezichthouder én een natuurbeschermer dezelfde taal spreken dan moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Het rapport van PBL en DNB is een belangrijke eerste stap. Goedicke: ‘Wij willen de Nederlandsche bank graag oproepen consequenties aan hun eigen rapport te verbinden. Bijvoorbeeld door minimumeisen te stellen voor investeringen van Nederlandse financiële instellingen, zodat deze bijvoorbeeld geen onherstelbare schade aan natuurgebieden mogen opleveren.’

Maar de verandering ligt uiteindelijk bij de Nederlandse financiële instellingen zelf. Naast pioniers zoals de ASN bank, is biodiversiteit een onderwerp dat bij veel financiële instellingen weinig aandacht krijgt en dat is gezien de materiële impact die biodiversiteitsverlies heeft opmerkelijk. ‘Wij roepen Nederlandse financiële instellingen op om hun impact op biodiversiteit in kaart te brengen, deze transparant te delen en maatregelen te nemen om hun impact te verminderen,’zegt Goedicke.

IUCN NL zal op haar beurt projecten ontwikkelen die als alternatief voor de huidige bruine investeringen kunnen gelden. Goedicke: ‘We staan open voor dialoog met de sector om samen tot schaalbare oplossingen te komen. Een toezegging aan de Nederlandse Actieagenda voor Biodiversiteit, die IUCN NL opstelt in aanloop naar de biodiversiteitstop, kan een eerste stap zijn voor financiële instellingen om hun ambities op het gebied van biodiversiteit kenbaar te maken.’

DeelPagina delen met AddThis

Meer artikelen van: Romie Goedicke