REDD
Reducing Emissions from Deforestation and Degradation
Bos en klimaat
Bossen leggen het broeikasgas CO2 vast in de vorm van koolstof in hout, bladeren, wortels en organische stof in de bodem. Op die manier vormen ze een enorme opslagplaats van koolstof en dragen ze bij aan klimaatregulatie – als ze niet zouden worden aangetast. Maar als er bos gekapt wordt dan komt er CO2 vrij. Bijna 20 procent van de mondiale CO2-uitstoot wordt op deze manier veroorzaakt door ontbossing. In landen met veel bos, zoals Brazilië en Indonesië, kan ontbossing zelfs 80% van de landelijke uitstoot veroorzaken. Het verminderen van ontbossing is dan ook logische manier om klimaatverandering tegen te gaan. In politiek jargon wordt dat REDD: 'Reducing Emissions from Deforestation and Degradation' genoemd. Het principe hierachter is dat bosrijke landen de wereld een dienst bewijzen als ze hun bossen laten staan. Als landen hun bos laten staan, lopen ze inkomsten mis, bijvoorbeeld uit hout, landbouw en mijnbouw. Daarvoor moeten ze gecompenseerd worden.
Kopenhagen
Hoewel er in Kopenhagen december 2009 geen juridisch bindend klimaatverdrag is afgesloten, zijn er wel flinke stappen gezet in de onderhandelingen over het REDD mechanisme. Allereerst erkent het Kopenhagen akkoord de cruciale rol van bossen voor zowel het reduceren van uitstoot (bijvoorbeeld door het voorkomen van ontbossing) als het opslaan van uitstoot (bijvoorbeeld door het aanplanten of herstellen van bos). Daarmee is het REDD mechanisme, waarbij het alleen ging om reductie van uitstoot, officieel uitgebreid naar ‘REDD-plus’. Dit REDD-plus mechanisme moet bovendien onmiddellijk van start gaan. Zes landen hebben daartoe al 3.5 miljard dollar toegezegd tot en met 2012. Ook zijn er belangrijke stappen gezet bij het formuleren van randvoorwaarden (safeguards), hoewel deze nog officieel moeten worden aangenomen tijdens de klimaattop in Mexico. Zo wordt bijvoorbeeld expliciet verwezen naar het VN-verdrag voor de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP), iets wat bij de klimaattop in Poznan in 2008 nog onmogelijk was. Ook wordt het belang van natuurlijke bossen – inclusief ecosysteemdiensten – en biodiversiteit genoemd. En het akkoord benadrukt dat REDD-fondsen niet ingezet mogen worden voor de omzetting van natuurlijk bos, maar juist voor het beschermen daarvan. Of het REDD-plus mechanisme op nationale of (tijdelijk ook) op sub-nationale schaal geimplementeerd gaat worden is nog niet duidelijk.
Lees voor een uitgebreide analyse het artikel “Het Kopenhagen Akkoord: wordt REDD realiteit?” in de Ecologie en Ontwikkeling van maart 2010.
Hoe verder?
Hoewel er minder duidelijkheid is gekomen over het REDD-plus mechanisme dan vooraf gehoopt, is er wel een helder signaal dat het mechanisme er gaat komen. In de praktijk is het er eigenlijk al. Flink wat landen zijn immers bezig met voorbereidingen, dankzij subsidies van de Wereldbank, het REDD-fonds van de VN en gulle investeringen door Noorwegen. Bij de volgende klimaattop in Mexico november 2010 zullen de afspraken over REDD-plus officieel aangenomen moeten worden.
Wat doet IUCN NL?
1) Klimaatverdrag: Samen met IUCN Internationaal lobbyt IUCN NL voor een rechtvaardig en ecologisch duurzaam REDD-plus mechanisme in het VN klimaatverdrag. IUCN NL was dan ook actief in Kopenhagen in december 2010 en zal ook dit jaar de onderhandelingen blijven volgen en bijdragen aan discussies door middel van position papers.
2) Bedrijfsleven: IUCN NL informeert en stimuleert het bedrijfsleven om betrokken te raken bij het REDD-plus mechanisme. Betrokkenheid van de private sector is cruciaal voor het succesvol verminderen van ontbossing en daarmee klimaatverandering.
3) Projecten: IUCN NL ondersteunt via het Ecosystem Grants Programme en NaturePoverty.net lokale organisaties in ontwikkelingslanden bij hun REDD-plus activiteiten. Bijvoorbeeld door het stimuleren van uitwisseling van ervaringen, door het ondersteunen van lobby richting overheid of bij het opzetten van natuurbeschermingsprojecten.
Bossen leggen het broeikasgas CO2 vast in de vorm van koolstof in hout, bladeren, wortels en organische stof in de bodem. Op die manier vormen ze een enorme opslagplaats van koolstof en dragen ze bij aan klimaatregulatie – als ze niet zouden worden aangetast. Maar als er bos gekapt wordt dan komt er CO2 vrij. Bijna 20 procent van de mondiale CO2-uitstoot wordt op deze manier veroorzaakt door ontbossing. In landen met veel bos, zoals Brazilië en Indonesië, kan ontbossing zelfs 80% van de landelijke uitstoot veroorzaken. Het verminderen van ontbossing is dan ook logische manier om klimaatverandering tegen te gaan. In politiek jargon wordt dat REDD: 'Reducing Emissions from Deforestation and Degradation' genoemd. Het principe hierachter is dat bosrijke landen de wereld een dienst bewijzen als ze hun bossen laten staan. Als landen hun bos laten staan, lopen ze inkomsten mis, bijvoorbeeld uit hout, landbouw en mijnbouw. Daarvoor moeten ze gecompenseerd worden.
Kopenhagen
Hoewel er in Kopenhagen december 2009 geen juridisch bindend klimaatverdrag is afgesloten, zijn er wel flinke stappen gezet in de onderhandelingen over het REDD mechanisme. Allereerst erkent het Kopenhagen akkoord de cruciale rol van bossen voor zowel het reduceren van uitstoot (bijvoorbeeld door het voorkomen van ontbossing) als het opslaan van uitstoot (bijvoorbeeld door het aanplanten of herstellen van bos). Daarmee is het REDD mechanisme, waarbij het alleen ging om reductie van uitstoot, officieel uitgebreid naar ‘REDD-plus’. Dit REDD-plus mechanisme moet bovendien onmiddellijk van start gaan. Zes landen hebben daartoe al 3.5 miljard dollar toegezegd tot en met 2012. Ook zijn er belangrijke stappen gezet bij het formuleren van randvoorwaarden (safeguards), hoewel deze nog officieel moeten worden aangenomen tijdens de klimaattop in Mexico. Zo wordt bijvoorbeeld expliciet verwezen naar het VN-verdrag voor de rechten van inheemse volkeren (UNDRIP), iets wat bij de klimaattop in Poznan in 2008 nog onmogelijk was. Ook wordt het belang van natuurlijke bossen – inclusief ecosysteemdiensten – en biodiversiteit genoemd. En het akkoord benadrukt dat REDD-fondsen niet ingezet mogen worden voor de omzetting van natuurlijk bos, maar juist voor het beschermen daarvan. Of het REDD-plus mechanisme op nationale of (tijdelijk ook) op sub-nationale schaal geimplementeerd gaat worden is nog niet duidelijk.
Lees voor een uitgebreide analyse het artikel “Het Kopenhagen Akkoord: wordt REDD realiteit?” in de Ecologie en Ontwikkeling van maart 2010.
Hoe verder?
Hoewel er minder duidelijkheid is gekomen over het REDD-plus mechanisme dan vooraf gehoopt, is er wel een helder signaal dat het mechanisme er gaat komen. In de praktijk is het er eigenlijk al. Flink wat landen zijn immers bezig met voorbereidingen, dankzij subsidies van de Wereldbank, het REDD-fonds van de VN en gulle investeringen door Noorwegen. Bij de volgende klimaattop in Mexico november 2010 zullen de afspraken over REDD-plus officieel aangenomen moeten worden.
Wat doet IUCN NL?
1) Klimaatverdrag: Samen met IUCN Internationaal lobbyt IUCN NL voor een rechtvaardig en ecologisch duurzaam REDD-plus mechanisme in het VN klimaatverdrag. IUCN NL was dan ook actief in Kopenhagen in december 2010 en zal ook dit jaar de onderhandelingen blijven volgen en bijdragen aan discussies door middel van position papers.
2) Bedrijfsleven: IUCN NL informeert en stimuleert het bedrijfsleven om betrokken te raken bij het REDD-plus mechanisme. Betrokkenheid van de private sector is cruciaal voor het succesvol verminderen van ontbossing en daarmee klimaatverandering.
3) Projecten: IUCN NL ondersteunt via het Ecosystem Grants Programme en NaturePoverty.net lokale organisaties in ontwikkelingslanden bij hun REDD-plus activiteiten. Bijvoorbeeld door het stimuleren van uitwisseling van ervaringen, door het ondersteunen van lobby richting overheid of bij het opzetten van natuurbeschermingsprojecten.

