Donderdag 11 juni 2026
Hoe de Caribbean Cetacean Society, met steun van BESTLIFE2030, wetenschappelijke kennis wil omzetten in beleid, en waarom dat harder nodig is dan de meeste mensen zich beseffen.
Header foto: Dolfijnen bij de ABC eilanden © CCS (2026)
Een nieuwe fase voor onderzoek
Stacey Mac Donald groeide op op Curaçao. Vandaag wijdt ze haar carrière aan de bescherming van wat er in de wateren om het eiland zwemt. Dieren die veel mensen nooit zien, maar waar het ecosysteem volledig van afhankelijk is: walvissen en dolfijnen. Als Strategy & Program Manager bij de Caribbean Cetacean Society (CCS) en eigenaar van een eigen adviesbureau op Bonaire, staat ze al jaren aan de frontlinie van cetaceanonderzoek in de Caribische regio. Sinds 2023 voert ze samen met de CCS systematisch veldonderzoek uit rondom de ABC-eilanden.
Nu begint een nieuwe fase. Per 1 juni 2026 is een tweejarig project van start gegaan, mede gefinancierd door BESTLIFE2030. Dit EU-programma ondersteunt via IUCN NL als regionaal knooppunt biodiversiteitsprojecten, in de Caribische delen van het Nederlandse Koninkrijk. Het project bouwt voort op bestaand onderzoek, maar heeft één duidelijke ambitie die verder gaat dan data verzamelen: wetenschappelijke kennis vertalen naar beter afgestemd beleid en duurzaam beheer, over de eilandgrenzen heen.

Stacey mac Donald © CCS (2026)
Onzichtbaar maar urgent
Walvissen en dolfijnen zijn geen eenvoudig onderwerp voor een bewustwordingscampagne. Ze zijn niet zomaar te zien vanaf de kust op een willekeurige ochtend. Ze leven in een omgeving die de meeste mensen als abstract en ver van hun bed ervaren. “Mariene bescherming is altijd ingewikkeld omdat het zo ver weg is, het voelt zo ongrijpbaar,” zegt Stacey. “Het is complex, er zijn heel veel dynamieken die spelen.”
En toch is de dreiging heel concreet. CCS voerde drie grote expedities uit rond de ABC-eilanden, waarbij 60 deelnemers van viertien lokale organisaties werden getraind. In drie jaar tijd observeerden zij 85 groepen van negen verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Maar naast die rijkdom registreerden de onderzoekers ook alarmsignalen: littekens op dieren die in aanraking zijn gekomen met propellers of visnetten. Eveneens verontrustend: actieve sonar in onderwateropnames bij Aruba, die de communicatie, navigatie en het voedselzoekgedrag van walvissen en dolfijnen kan verstoren.
Walvissen en dolfijnen zijn voor alles afhankelijk van geluid. Ze navigeren ermee, communiceren ermee, jagen ermee. Onderwatergeluid van scheepvaart, militaire sonar of seismisch onderzoek is daarmee geen bijkomstig ongemak, het is een directe bedreiging voor hun overleving. En dan zijn er nog de scheepsaanvaringen. Potvissen kunnen aan het wateroppervlak rusten als drijvende boomstammen, zegt Stacey, en zijn dan bijzonder kwetsbaar: “Ze handelen soms niet snel genoeg, en schepen komen heel snel aan.”
Wat de situatie verder bemoeilijkt, is dat er voor het Caribisch gebied nauwelijks basisdata bestaat. Het Ti Whale An Nou-programma is de enige systematische studie naar walvissen en dolfijnen in deze regio. Pas als je weet wáár de dieren zijn, hoe ze zich bewegen en welke bedreigingen ze ondervinden, kun je ze effectief beschermen. Dat uitgangspunt is de kern in van het werk van CCS.
Van vingerafdruk tot beleidstafel
Het veldonderzoek van CCS is zorgvuldig en methodisch. Ongeveer één week per eiland varen de onderzoekers door de wateren van Aruba, Bonaire en Curaçao, observeren, fotograferen en luisteren. De rugvinnen van dolfijnen en de staarten van walvissen fungeren als vingerafdrukken: uniek per individu, en met behulp van de AI-gestuurde online database Flukebook te koppelen aan eerdere waarnemingen elders in de regio.
Zo kon worden vastgesteld dat sommige tuimelaars zich verplaatsen tussen het Yarari-reservaat van Bonaire en de wateren van Aruba en Curaçao, wat wijst op een belangrijke ecologische verbinding tussen deze eilanden. En dat grienden die in de wateren van Bonaire leven, migreren richting de kust van Venezuela.
Naast visuele observaties meten de onderzoekers ook onderwatergeluid met hydrofoonsystemen en brengen ze scheepvaartroutes in kaart via AIS-data. Distributiemappen tonen welke soorten het vaakst in welke gebieden voorkomen, informatie die direct bruikbaar is voor beleid. Maar het project stopt niet bij de data. De vertaalslag naar beleid en bescherming is minstens even belangrijk. Stacey en haar team geven masterclasses aan ambtenaren, presenteren bevindingen aan politici en werken actief mee aan de ontwikkeling van beschermde mariene gebieden.
De focus binnen dit BESTLIFE2030-project ligt in het bijzonder op Curaçao, waar de politieke wil om stappen te zetten het grootst is. Tegelijkertijd wordt de lokale gemeenschap actief betrokken. Burgers, vissers, duikers, touroperators, ze worden allen uitgenodigd om deel te nemen aan expedities, getraind in het herkennen van soorten en aangemoedigd om waarnemingen te melden.
Op Bonaire heeft die aanpak al een concreet resultaat opgeleverd: een jaar-rond monitoringsprogramma van dolfijnen langs de kust, aangestuurd door een vrijwilliger die na deelname aan een expeditie niet meer kon stoppen. “Ze bouwde een citizen science-gemeenschap op. Duikers en bewoners sturen haar een appje als ze dolfijnen zien, en zij gaat er met een telelens op af.”

Rugvin van een walvis © CCS (2026)
Traag beleid en de begrenzing van een momentopname
Stacey is open over wat het werk moeilijk maakt. Het grootste obstakel is misschien wel tijd. Beleid verandert traag, politici wisselen, en de urgentie van walvisbescherming verliest het in de dagelijkse agenda gemakkelijk van andere dossiers. “We proberen een rol te spelen van: hoe zorgen we dat dit onderwerp onder de aandacht blijft? Hoe houden we het gesprek warm?”
Daarboven uit stijgt een fundamentele methodologische uitdaging: walvissen en dolfijnen planten zich langzaam voort, leven lang en zijn moeilijk te tellen. Binnen de looptijd van dit project is het nagenoeg onmogelijk om populatietrends te bevestigen. Wat je wél kunt waarnemen, zijn veranderingen in het aantal menselijke activiteiten op het water, toenemende geluidsverstoring, of, in een worst-case scenario, strandingen die op een dieper probleem wijzen. “Dan heb je echt een ander gesprek,” zegt Stacey, “maar ik hoop natuurlijk absoluut niet dat het zover komt.”
Ook de samenwerking over eilandgrenzen heen brengt coördinatie-uitdagingen met zich mee. Aruba, Bonaire en Curaçao hebben elk hun eigen bestuurlijke structuur en beleidsprioriteiten. Een dolfijn die tussen Bonaire en Curaçao pendelt, trekt zich niets aan van die grenzen, maar beschermingsmaatregelen doen dat wel. “Het heeft geen zin om op één eiland strikte regels te hebben wanneer op het andere eiland alles mag,” stelt Stacey. “Het zijn bewegende soorten. Beheer moet gecoördineerd zijn.”
Kennis en kunde die begint te landen
Tijdens de meest recente 21-daagse wetenschappelijke expeditie werden in totaal tien soorten walvissen en dolfijnen gespot. Al op de eerste dag troffen de onderzoekers, op een paar kilometer van de kust, meer dan 200 dolfijnen van twee verschillende soorten aan.
In de wateren rond Bonaire werden twee keer gestreepte dolfijnen gedocumenteerd, waaronder een uitzonderlijk grote groep van meer dan 300 dieren. De eerste bevestigde waarneming van deze soort bij het eiland. Potvissen, een van de meest bedreigde soorten ter wereld, werden vastgelegd rond Curaçao en Bonaire. En bij Aruba detecteerden onderzoekers met akoestische meetapparatuur spitssnuitdolfijnen, een soort die zo diep leeft dat ze vrijwel nooit aan de oppervlakte te zien is.
Maar het meest tastbare succes is misschien wel politiek. Tijdens de laatste expeditie kondigde de Curaçaose minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aan dat een marien reservaat wordt ingesteld. Een concrete stap, mede het resultaat van jaren lobbywerk, dataspreiding en bewust een minister uitnodigen om een dag mee te varen. “Hij zag de dolfijnen en hij sprak direct zijn steun uit.” De minister is inmiddels vertrokken, maar de conceptwetgeving voor een offshore-reservaat ligt er, en de voortgang is gevorderd genoeg dat Stacey voorzichtig hoopvol is.
Capaciteitsopbouw speelt daarin een cruciale rol: inmiddels zijn tientallen mensen van de eilanden getraind in het herkennen van soorten en het gebruik van professionele camera’s voor het vastleggen van kenmerken. Beleidsmakers, vissers, studenten mariene biologie, rangers van STINAPA, de kennis verspreidt zich.
Drie verbonden reservaten, één gedeeld beheer
Als Stacey tien jaar vooruitkijkt, ziet ze één ding heel helder: de wateren van Aruba, Curaçao en Bonaire moeten alle drie als marien reservaat worden aangewezen, met een beheersstructuur die de drie eilanden verbindt. “Een reservaat betekent niet dat er niets meer mag. Maar het zet de toon. Dat betekent dat er wordt nagedacht over welke activiteiten plaatsvinden in die wateren en wat voor impact dat heeft op de soorten die er leven.”
Het Yarari-reservaat, dat de gehele Exclusieve Economische Zone van Caribisch Nederland omvat, biedt al een juridische basis voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De ambitie is die bescherming uit te breiden naar Curaçao en Aruba, zodat er een aaneengesloten beschermd gebied ontstaat. Groot genoeg om de migratieroutes van alle soorten te omvatten.
CCS kan daarin een centrale rol spelen als regionaal onderzoekscentrum: één punt van waaruit monitoring wordt gecoördineerd, data wordt geanalyseerd en kennis wordt gedeeld. Efficiënter, goedkoper en wetenschappelijk sterker dan wanneer elk eiland het wiel steeds opnieuw uitvindt.
“Als kind van dit eiland,” zegt Stacey, “is het mijn missie om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties op Curaçao kunnen blijven genieten van de rijkdom van onze zee.” Met de steun van BESTLIFE2030 en de groeiende politieke wil op de eilanden is dat geen vrome wens meer. Het is een plan in uitvoering.
BESTLIFE2030
Het project ‘Harmonization of Cetacean Management in the ABC Islands’ wordt uitgevoerd door Mac & Field en de Caribbean Cetacean Society, met IUCN NL als uitvoerend partner. Het maakt deel uit van het BESTLIFE2030-programma, gefinancierd door het EU LIFE-programma en gecoördineerd door IUCN Europe. Meer informatie over het programma en de projecten is te vinden op de BESTLIFE2030 pagina.
Meer informatie over dit project of het BESTLIFE2030 programma? Neem contact op met: